Het FIV-virus:
Dit virus is de verwekker van kattenaids. Het virus wordt vrijwel alleen overgebracht via bloedcontact, dus katten die veel met andere buitenkatten vechten lopen het risico besmet te worden. Ook een positieve kater die een poes dekt, kan via vastbijten in het nekvel de poes besmetten. De diagnose 'aids' wordt ook door middel van een bloedonderzoek vastgesteld. Dit bloedonderzoek kun je makkelijk combineren met het nakijken op leucose. Omdat het ook zo'n twee maanden kan duren voor er antistoffen in het bloed aangetoond kunnen worden, moet dit bloedonderzoek ook tweemaal gedaan worden als de eerste uitslag negatief is. Helaas, een kat die eenmaal positief is voor aids blijft positief, daar kan zijn of haar weerstand niets meer aan veranderen. Een positieve kat kan echter ook nog heel wat gezonde jaren hebben met weinig of geen klachten. Worden ze tenslotte ziek omdat hun weerstand afneemt (net als mensen die aids hebben), dan nog kun je ze met een goede verzorging nog best een heel behoorlijk laatste stuk leven bieden. Ook tegen aids bestaat entstof, maar ook deze beschermt zeker geen 100% en na enting is een bloedtest op antistoffen niet meer betrouwbaar.

Het FeLV-virus:
Dit virus is de verwekker van kattenleucose. Katten die het virus onder de leden hebben, scheiden het uit via speeksel, urine, ontlasting, en zogende katten via de melk. Het is voor andere katten zeer besmettelijk, vooral jonge katten zijn gevoelig. Het virus overleeft echter niet lang in de omgeving van de geïnfecteerde kat. Wassen met zeep is al voldoende om het virus onschadelijk te maken. Gelukkig hebben ze nooit kunnen aantonen dat het virus ook besmettelijk is voor mensen. De diagnose leucose wordt gesteld door middel van een bloedonderzoek. Zo'n bloedonderzoek moet na 3 maanden herhaald worden. Dit heeft te maken met een incubatietijd van het virus, en omdat een positieve test (dat wil zeggen dat het virus in het bloed zit) na 3 maanden toch weer negatief kan worden. De weerstand van de besmette kat kan in een aantal gevallen het virus zodanig aanpakken, dat het weer verdwijnt. Als het bloed echter na 3 maanden nog steeds positief is, dan blijft de kat jammer genoeg voor de rest van zijn of haar leven positief. De meeste katten worden binnen 1 tot 3 jaar na besmetting ziek. Ze kunnen allerlei verschillende symptomen krijgen waar nog best wel het een en ander aan gedaan kan worden. Hoelang ze overleven hangt van hun eigen weerstand, hun omgeving en de behandelingen die ze krijgen af. Dat betekent dat ze na het stellen van de diagnose nog best wel een tijd een plezierig leven kunnen hebben. Gezonde katten kun je enten met een entstof tegen leucose. Dit vaccin beschermt helaas niet 100%.